.
004311

Week 4: 19-25 januari 2020

19 januari 2020: 2e zondag na Epifanie

19 - 26 Januari 2020: Week van gebed voor de eenheid van christenen

Regio: Algerije, Libië, Marokko, West-Sahara en Tunesië

 

Kerkelijk jaar - 2e zondag na Epifanie

 
Gij die als leefregel het nieuwe gebod
van de liefde hebt gegeven,
maak ons tot bouwers van
een saamhorige wereld,
waar oorlog wijkt voor vrede,
waar de cultuur van de dood
plaats maakt voor de inzet voor hert leven.
(Uit een gebed van Paus Joh. Paulus II)

Uw Naam worde geheiligd
Wie zijn Naam liefhebben zullen daarin wonen (Psalm 69:37b)

2e zondag na Epifanie – Op deze dag wordt de bruiloft te Kana gevierd, waar Jezus zijn eerste wonderteken deed en water in wijn veranderde. (Johannes 2:1-11)

Gebed bij deze zondag
God van ons hart, uw Naam hebt Gij ons genoemd,
uw glorie hebt Gij ons getoond, in Jezus, het kind van uw liefde;
laat al die oude woorden opnieuw gaan spreken,
laat uw bekende naam opnieuw gaan stralen,
door ons, die vernoemd zijn naar de mens van uw hart,
maar die telkens weer in uw licht staan
(ds W.R. van der Zee)
 

BWV 0248 6-01 Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben, Cantate voor Epifanie, Joh.S. Bach

 

In wereldwijde verbondenheid gedenken wij: Week 4 - Algerije, Libië, Marokko, West-Sahara en Tunesië

Voorbeden: Week 4

Dank voor:
•Het getuigenis van de heilige Augustinus en
andere theologen van de vroege kerk.
•De ruwe schoonheid van de woestijn.
•De kleine minderheid van christenen die leven in liefde en trouw en zo getuigen van het evangelie.
Bid voor:
•Een einde aan de gewapende aanvallen en gevechten in Libië.
•Een openheid die de verschillen erkent en waardeert, vooral onder religies.
•Kinderen en jongeren, die meer dan de helft van de bevolking van deze landen vormen.
•Degenen die moeten leven met de aanwezigheid en de impact van landmijnen, in het bijzonder in Libië.
•Degenen die hun leven riskeren en de zee over- steken om zo toegang tot Europa te krijgen.
 

Wereldwijd verbonden: Week 4

Een kleine groep Christenen in Tunis houdt het geloof levend.
All shall be Amen and Alleluia.
We shall rest and we shall see.
We shall see and we shall know.
We shall know and we shall love.
We shall love and we shall praise.
Behold our end which is no end.
(St. Augustine of Hippo)
 
Alles zal zijn Amen en Halleluja.
We zullen rusten en we zullen zien.
We zullen zien en we zullen weten.
We zullen weten en we zullen liefhebben.
We zullen liefhebben en we zullen prijzen.
Zie ons einde waarin geen einde is.
(Augustinus van Hippo).
 
Noord-Afrikaanse landen, waar al vanaf de dagen van Simon van Cyrene een christelijke gemeente was. Lang voordat de Islam hier een nieuwe situatie schiep waren de woonplaatsen van Cyprianus, die als martelaar stierf en kerkvader Augustinus al onder de voet gelopen door binnenvallende nomaden. Volgens Augustinus, geboren in Thagaste in het huidige Tunesië (Nrd.Afrika), houden martelaren ons een ongemakkelijke vraag voor: “Waar leef ik voor en wat is het geloof mij waard?”
'Het geloof, dat nu de 'christelijke religie' heet, bestond reeds bij de Ouden en is er sinds het menselijk geslacht altijd geweest. Totdat Christus zelf in het vlees verscheen. Toen begon men de ware religie, die reeds bestond, christelijk te noemen'. (Augustinus)
“Marhaba - er is veel ruimte voor je”, zegt men in Marokko. Dat blijkt een heel oude Berber-traditie te zijn. De Berbers zijn de oorspronkelijke bevolking van wat nu Marokko heet. Het moet een vriendelijk, gastvrij volk geweest zijn, want inderdaad, iedereen was welkom. In onze tijd kennen we Noord-Afrikanen vooral als gastarbeiders en vredelievende moslims.
Zoals de 6-puntige Davidster het symbool is van integratie (zie wk.1), zo is de 5-puntige Arabische ster het symbool van de Islam, waarvan de vijf zuilen staan voor: 1. Sjahada - geloofsbelijdenis, 2. Salat – 5x per dag bidden, 3. Sawn – vasten in de maand Ramadan, 4. Zahat – het geven van aalmoezen en 5. Hadj – bedevaart naar Mekka.
Met deze rituelen en verplichtingen tonen Moslims hun dankbaarheid en onderwerping aan God (Islam betekent letterlijk: onderwerping en overgave aan Gods wil) en verbinden zij zich met de Oema, de wereldwijde islamitische gemeenschap.

Gedenken/bidden wij met woorden van kerkvader Augustinus:
Augustinus en zijn moeder Monica
 
O Heer, laat mij met mijn gedachten en mijn tong U offers
O Heer, laat mij met mijn gedachten en mijn tong U offers
brengen, maar schenk mij allereerst wat ik U offeren kan.
Heer, U bent groot en zeer te prijzen.
Wij willen U loven met een vrolijk hart,
want U hebt ons naar U toe geschapen en
ons hart is onrustig tot het rust vindt in U.
(Augustinus,geb.354 in Tagaste, Nrd.Afrika)
 
Psalm 42:7 (LB 42)
Hart, onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor de Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.
 
Verlangen
 
Jij hebt in ons het verlangen naar ontmoeting gelegd.
Jij weet hoe mensen elkaar kunnen verrijken.
Jij kent de pijn van wie alleen verder moeten gaan.
 
Altijd weer bloeit het verlangen naar ontmoeting op.
Als een plant in de woestijn, sterker dan de droogte.
Altijd weer zoekt een mens naar een mens.
 
Jij hebt in ons het verlangen naar ontmoeting gelegd.
Jij hebt ons dorstig gemaakt naar vriendschap en liefde.
Niemand kan leven zonder een woord dat goed doet.
 
Ons hart is onrustig tot het zal rusten in de ontmoeting.
Ons hart blijft verlangen totdat het antwoord vindt.
Jij die de liefde voor mensen bent,
wordt het verlangen naar ontmoeting.
Jij zult ons verlangen vervullen en voltooien.
(bron onbekend)
 
Felicitas en Perpetua waren twee jonge vrouwen die begin derde eeuw in Noord-Afrika de marteldood stierven. Het verhaal van hun laatste levensdagen zou door Perpetua zelf zijn opgetekend.

De marteldood van Perpetua en Felicitas

Vibia Perpetua was een jonge vrouw van aristocratische afkomst. Haar vader was een heiden maar haar moeder en twee broers hadden zich bekeerd tot het christendom. Perpetua zelf en een andere broer waren catechumenen, wat wil zeggen dat ze bezig waren zich voor te bereiden op het doopsel. Perpetua was getrouwd met een man van goede afkomst en samen hadden ze een kind, dat nog een zuigeling was toen Perpetua op 22-jarige leeftijd slachtoffer werd van de christenvervolgingen ingesteld door keizer Septimius Serverus.
Samen met Perpetua werden ook vier anderen gearresteerd: Perpetua’s dienstmeid Felicitas, die hoogzwanger was; een andere slaaf genaamd Revocatus en twee vrije mannen Saturninus en Secundulus. Hun vriend en leraar Saturus voegde zich vrijwillig bij hen in de gevangenis.
Perpetua schreef een verslag van de periode die zij en de andere christenen doorbrachten in de gevangenis van Carthago - Tunesië. Ze beschrijft hoe haar vader haar smeekt het geloof af te zweren om zo haar leven te redden: maar Perpetua en de anderen laten zich niet ompraten. Ze slagen er zelfs in om tijdens hun gevangenschap hun bewaker te bekeren! In de gevangenis schenkt de slavin Felicitas het leven aan een meisje, dat geadopteerd wordt door een vrouw die ook tot de christengemeenschap hoort. In het verslag beschrijft Perpetua ook vier dromen, of visioenen, die ze tijdens haar gevangenschap krijgt en een visioen van Saturus. In de tweede droom ziet Perpetua zichzelf een ladder beklimmen, tot ze bij een vredig groen landschap komt waar schapen weiden: dat is voor haar de voorafspiegeling van haar marteldood.
Op 7 maart werden de vijf christenen naar de arena gebracht en voor de wilde dieren geworpen. De mannen moesten vechten tegen een everzwijn, een beer en een luipaard; de vrouwen tegen een wilde koe. Maar de dieren slagen er niet in hen te doden: uiteindelijk werden Perpetua en haar vrienden met het zwaard om het leven gebracht. Perpetua en Felicitas werden begraven in Carthago en op de plaats van het graf werd een basiliek  opgericht.
Het verslag van Perpetua, getiteld Passio sanctarum Perpetuae et Felicitatis, is bewaard gebleven. Men heeft lange tijd gedacht dat Tertullianus de auteur was, maar nu weet men dat het gaat om een autobiografisch verslag geschreven door de martelares Perpetua zelf (de details van de executie werden later door anderen toegevoegd). Het is heel ongebruikelijk in de vroegchristelijke wereld dat een vrouw zelf haar ideeën op papier zette: dat maakt het verhaal van Perpetua zo bijzonder. Het is een van de oudste christelijke teksten geschreven door een vrouw.
Het manuscript van de passie van Perpetua en Felicitas werd ontdekt in de zestiende eeuw door de Duitse filoloog Lucas Holstenius.
De feestdag van de heilige Perpetua en Felicitas is nog steeds 7 maart, de dag van hun dood. De martelaressen worden afgebeeld met een kind op schoot en naast hen staat vaak een koe.

Een inwoner van Misrata, Libië, belt met zijn familie in het buitenland. (Foto: WCC)

 

Atlasgebergte in Marokko

Gij, die als leefregel het nieuwe gebod
van de liefde hebt gegeven,
maak ons tot bouwers van
een saamhorige wereld,
waar oorlog wijkt voor vrede,
waar de cultuur van de dood
plaats maakt voor de inzet voor het leven.
Uit een gebed van Paus Joh. Paulus II
“En of wij Hem nu Allah of de Onuitsprekelijke noemen:
Is Hij niet de God van ons allen…?”
(Josy Eisenberg, rabbijn)

Olijvenwinkel in de Medina van Marakesj. Marakesj is een oude koningsstad in het zuiden van Marokko en ligt midden in een oase.

 

Bleib bei uns denn es will Abend werden...(Joh.S. Bach)

Verheerlijking op de berg: Lucas 9:29-36 Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren Mozes en Elia, die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat Hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen. Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze wakker schoten zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: 'Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten opslaan, één voor U, één voor Mozes en één voor Elia', maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde. Er klonk een stem uit de wolk, die zei: 'Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!' Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.


Week van Gebed voor 'de eenheid van christenen' 20 - 27 januari 2019
 

Onderstaande meditatie over Deuteronomium 16: 10-20 is geschreven op verzoek van de Raad van Kerken in Nederland. De Week van gebed staat gepland voor 20 t/m 27 januari 2019.
Broeders en zusters, gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Ieder mens is op reis, zelfs de mensen die nog nooit een koffer hebben ingepakt. Heel ons leven heeft iets van een tocht. U en ik, we stippelen voortdurend ons reisdoel uit. We hebben er verschillende benamingen voor. We  noemen het:  ‘de agenda trekken’, ‘een planning maken’, ‘even nadenken’. ‘Reizen’ is een metafoor van het leven zelf.  Daarover zou ik met u willen spreken. Over vragen als: Welk reisdoel staat ons voor ogen? Wie zullen onze reisgenoten zijn?
We komen bij dat thema dankzij de christenen uit Indonesië. Ieder jaar vragen kerken wereldwijd aan christenen uit een concreet land, om met materiaal te komen voor de week van gebed om eenheid onder de christenen. In 2019 hebben de christenen in Indonesië dat verzorgd. Ze kozen een gedeelte uit Deuteronomium 16: 10-20. Het gaat in dat gedeelte over de reizen van de Israëlieten, de reizen die ze maken voor de feesten, waaronder het loofhuttenfeest. Eigenlijk had de tekstlezing kunnen stoppen bij vers 17, maar de Indonesiërs voegen er een paar verzen aan toe, over ‘rechters en griffiers’. Ik heb een vermoeden waarom ze dat doen… dat wil ik met u delen. Laten we de tekst verder overdenken.
De joden worden opgeroepen drie keer per jaar feest te vieren in Jeruzalem. Ze gaan op reis. En alleen al die beweging uit de comfortzone herinnert hen er aan, dat het leven is als een pelgrimsreis. Al die reizen, - of ze nu naar Rome gaan, naar Compostella, of naar Hasselt -, zijn stilering van wat ons leven wil zijn: een voortdurende opgang naar onze bestemming, het hoge doel, terwijl we lijden aan de hitte van de dag, het stof van de wegen, de muggen om het hoofd en de bedwantsen in de refugio’s. Bij al die lijfelijke ervaringen is het de vraag hoe we daar in ons hoofd op reageren. Ons hoofd tolt nu eens mee met de pijn in de gewrichten, en dan is er voor het verlangen naar ginder, wat ons overeind houdt. Aan het einde van de dag overheerst de vermoeidheid en de dankbaarheid dat we een voorlopig onderkomen hebben gevonden.
Het gaat de schrijvers in de bijbel om die voorlopigheid van dat onderkomen. ‘Bedenk dat u zelf in Egypte slaaf bent geweest’, zegt Deuteromium in vers 12. Bij het loofhuttenfeest herinneren joden zich de uittocht. Ze leven een week in een armoedige hut. Sommigen maken de hut op hun balkon in Askelon of Nahariya. Anderen tuigen een tent op in de tuin. Altijd kan je door het dak van de hut de sterren zien in de nacht. Het herinnert je aan je kwetsbaarheid. Het geeft je besef dat je misschien in een royaal huis woont, maar dat je leven ten diepste is als dat van ieder ander: overgeleverd aan de wisselende winden van het leven. ‘Het leven hier is als leven in een aardse tent’, refereert Paulus aan de basis van dit leven (2 Korintiërs 5: 2). ‘Zolang we in onze aardse tent verblijven zuchten we onder een zware last’. Tegelijk: ‘We leven in vertrouwen op God, we blijven vol goede moed’. Paulus ervaart tweeslachtigheid van leven: hij staat in de zorg van de dag en in zijn hoofd is er ook het verlangen, wat hem motiveert en inspireert.
Moet je je voorstellen. Al die mensen die hoog op de maatschappelijke ladder zijn geklommen. De staatslieden, de directies, de notabelen, de mensen van adel, de bankiers, de captains of industry, de wetenschappers, de doktoren uit de ziekenhuizen. Al die mensen die de Balkenende-norm halen, of meer. Eén week per jaar hebben ze daar  niets aan. Want ze zitten in een hutje wat je uit materialen van de Gamma kunt samenstellen. De bijbel zegt ietwat recalcitrant: Dat verblijf in die loofhut tekent de essentie van je leven. Niet die andere 51 weken, maar die ene week.
Als je dit verstaat, kan je wellicht aanvoelen dat de theoloog Henk Vreekamp het loofhuttenfeest heeft getypeerd als het kerstfeest van het oude testament. Dat God mens wordt, is niet anders dan dat Hij die hoog gezeten is, in arren moede leeft. God toont daarin zijn ware gezicht. Henk Vreekamp ziet het kerstfeest dan ook eerder zich afspelen in september dan in december. Andere theologen wijzen er op, dat het loofhuttenfeest na het feest van de weken (parallel aan ons pinksterfeest) het enige feest is dat nog in de lucht hangt in de christelijke traditie. De vervulling van het loofhuttenfeest komt nog. Het feest dat alle tranen van de ogen zijn afgewist. Het eindfeest van de geschiedenis (Zacharia 14: 16).
Terug naar het karakter van het feest. Zij die in hoogheid zetelen, komen van hun troon. In de woorden van Deuteronomium: zij vieren feest en maken het feest mogelijk voor anderen. ‘Ieder moet geven naar de mate waarin de Heer, uw God, hem heeft gezegend’. Het is dus één grote commune, een gezamenlijke eucharistie, één festival van nivellering. Een jubelweek. De rijken leveren hun winsten in. En de armen doen mee om niet. Het staat er enkele keren: niet alleen de zonen en dochters vieren het feest, maar ook de slaven en slavinnen (je kan ook vertalen: arbeiders en werkneemsters); de levieten en de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Alle rapaille bij elkaar genomen. Uitverkoren zijn ze. Omdat de rijken ‘geven naar de mate waarin de Heer, hun God, hen heeft gezegend’, worden de armen gezegend door de rijken en door de God die dit soort regels heeft bedacht en op schrift gesteld.  Rashi zegt: ‘De laatste vier, de leviet, de vreemdeling, de weduwe en de wees zijn van Mij, zegt God, zoals de andere vier, de zoon, de dochter, de slaaf en de slavin van jou zijn. Als jij de vier personen die aan Mij behoren gelukkig maakt, dan zal Ik de vier die aan jou toebehoren, gelukkig maken’. Ze staan er in het enkelvoud, de weduwe en de wees; alsof het een uitnodiging is de mens persoonlijk te kennen.
Het loofhuttenfeest geeft de samenleving zoals God bedoelt. En we gaan op reis om iets dichter bij dat ideaal te komen. Vandaar de ‘pelgrimage van gerechtigheid en vrede’, waartoe de kerken oproepen. We kleuren daarmee de borden die de levensreis begeleiden; recht en gerechtigheid zijn de pijlen die de richting wijzen van waar te lopen en waar te gaan.
Tot zover het loofhuttenfeest. Dan is er nog die wonderlijke toevoeging vanaf vers 18. Ik lees het voor: ‘Stel in alle steden die de Heer, uw God , u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers aan, die zorg moeten dragen voor een zuivere rechtspraak’. Wat mij betreft begint hier een heel ander hoofdstuk, een ander chapiter. Voor de christenen in Indonesië, die ons de teksten aanreiken, niet. Zij lezen het elkaar voor: ‘U mag geen steekpenningen aannemen, want steekpenningen maken het oog van de wijze blind en de stem van de rechtvaardige vals’. Zij verstaan blijkbaar deze woorden als de beschrijving van een werkelijkheid, die roet kan gooien in het feestmaal bij het loofhuttenfeest. Waarom die toevoeging?
Christenen in Indonesië vormen tien procent van de bevolking. De volgelingen van Christus maken in Indonesië nog weer onderscheid tussen 5 procent die christenen zijn (zeg maar protestanten) en vijf procent katholieken. Elk van die twee heeft zijn eigen infrastructuur aan bladen en kerkelijke optuiging. Het centrale wat hen bindt, is dat ze een minderheid zijn ten opzichte van de moslims. De meeste moslims leven net als zij in de drukte van de dag en de rust van de refugio in de nacht. Hun leven is een voortdurend sabbelen in hutten en barakken waar je door het dak heen mogelijk de sterren ziet in de nacht. Maar er is ook een heersende elite, die soms de godsdienst gebruikt, om de eigen macht te versterken. Ze verrijken zichzelf. Het is die ervaring, zo vermoed ik, die de kerken vrijmoedigheid geeft om nog even door te lezen over rechters en griffiers die zuiver op de graat moeten zijn.
Het is al te gemakkelijk om daar als westerlingen meewarig bij te knikken. Nee, dan is het bij ons beter geregeld: we hebben niet alleen rechters en griffiers. We hebben advocaten, juristen, bedrijfsjuristen, arbeidsrechtdeskundigen, officieren van justitie, landsadvocaten, advocaten gespecialiseerd in HRM, juristen gespecialiseerd in overnames. Bedrijven hebben raden van toezicht waarin soms even een vacature communicatie is, maar een vacature op de juristenpost is er zelden. Ons land is vergeven van de juristen. Zij zoeken het recht en niets dan het recht (vers 20).
Zou dat waar zijn?, vraag ik me af. Is de veelheid van juridische varianten een teken van kracht van onze samenleving of is het misschien een signaal van het tegenovergestelde? Dat we het gebrek aan onderling vertrouwen compenseren door er een veelvoud aan functionarissen tegenover te stellen? De schrijver van Deuteronomium heeft genoeg aan rechters die eerlijk oordelen en griffiers die het oordeel opschrijven. Als die mensen zuiver werken en onpartijdig zijn, komt het in orde. Onze samenleving is zo ingewikkeld gemaakt dat we intelligente mensen nodig hebben om de sluipdoor kruipdoor routes te vinden.
Dat resulteert in een samenleving waarin er te veel wetten zijn die het belang van de rijken beschermen, terwijl een paar wetten zouden volstaan die het leven van de armen garanderen. Je zou de wetten amper nodig hebben als het leven één groot loofhuttenfeest zou kunnen zijn. Je neemt mee naar vermogen en je feest mee naar geestdrift.
 
In Indonesië is tien procent van de bevolking christen. Bij ons leeft tien procent van de mensen onder de armoedegrens. Veel armen zijn niet arm, doordat ze onvoldoende werken en zich inspannen, maar doordat ze de weg niet weten in het oerwoud van regeltjes en verantwoordingen die nodig zijn om hun recht op een tegemoetkoming te krijgen. De armoede wordt deels gecreëerd door de gecompliceerdheid van de bureaucratie. Hoe zou onze samenleving er uit zien als we die tekst zouden verstaan: ‘Zoek het recht (het staat er nog pregnanter: jaag het recht na) en niets dan het recht’?. Het verlangen naar recht maakt iedereen gelukkiger. Met woorden van Deuteronomium: Als het recht ons voor ogen staat, ‘zullen we in leven blijven en het land bezitten dat de Heer, onze God, ons zal geven’.
Amen


↑ Top  

© Oecumenische Gebedskalender 2019   Leden   Lid worden?